Van pumpie tot klumpie en verder...

Hoe is alles om je heen ontstaan en hoe zal het verder gaan?
Hier vind je Wilxlii's visie.
Lees en leer en geniet.

 

Pumpies
Stel je een donkere ruimte voor met hier en daar heel kleine dingetjes die ik pumpies noem. Maar wel heel veel pumpies. Eigenlijk verschrikkelijk veel. Nog beter gezegd: giga-giga-giga veel pumpies. Maar ook zeer kleine pumpies. Ontzettend klein eigenlijk. Totaal onzichtbaar ook al zou het licht zijn. Je zou er geen enkele opmerken als je er doorheen zou vliegen en zou schijnen met een lampje. En ze zwerven maar wat doelloos door en langs elkaar.
Met een lampje zie je niets, want de pumpies zijn te klein.
Met een lampje kun je kleine klontjes zien. Klontjes
Wat gebeurt er met die pumpies als ze tijdens het zwerven elkaar tegenkomen? Ha, dat is interessant. Ze klitten een doodenkele keer aan elkaar, want ze bezitten een piepklein beetje aantrekkingskracht. Dat betekent dus, dat er in de loop van een heel lange tijd, klontjes ontstaan van aan elkaar geklonterde pumpies. Door de ruimte vliegen dus nu behalve veel pumpies ook klontjes in allerlei grootte. Als je door deze ruimte zou vliegen zou je met een lampje soms enkele van die klontjes kunnen zien, als ze tenminste groot genoeg zijn.
Klonten
En het gaat maar door met dat klonteren. Elk klontje wordt groter doordat het pumpies tegenkomt en vasthoudt. Soms komt het een ander klontje tegen en die plakken dan ook aan elkaar. Zo komen er steeds grotere klonten. In de ruimte zweven nu pumpies, klontjes in allerlei grootte en enkele behoorlijk grote klonten. Als je door deze ruimte zou vliegen, zou je met een lampje de klonten kunnen zien. Dat lampje is nodig, want het is nog steeds pikkedonker.
Met een lampje kun je al wat grotere klonten zien.
Met een lamp kun je grote ballen zien. Ballen
De weg van het klonteren is ingezet en er is geen weg terug. Er komt steeds meer variatie in de grootte van de klonten en klontjes en pumpies. Opvallend is dat sommige klonten het lijken te winnen in het groter worden. Dat is niet zo gek, want juist omdat ze groot zijn, kunnen ze door hun grotere aantrekkingskracht gemakkelijk andere klonten, klontjes en pumpies vangen en dikke ballen worden. Als je nu door de ruimte zou vliegen, zou je al behoorlijk moeten oppassen om niet in botsing te komen met die ballen. Overigens zie je nu klonten in allerlei grootte langskomen als je tenminste een lampje hebt, want het is overal nog pikkedonker.
Bollen
Je hebt het al door natuurlijk. Met die ballen is het klonteren nog lang niet afgelopen. Het gaat maar door. Steeds groter. Ballen veranderen in bollen. Hoe groot? Nou bollen zo groot als onze aardbol bij voorbeeld. Als je je nu afvraagt of zo'n bol er net zo als onze aarde uitziet, dan kan ik je zeggen: "Nee". Het is alleen maar een klonterbol bestaande uit piepkleine pumpies. Totaal geen variatie, waar je ook kijkt met een lampje op zo'n bol. Eigenlijk niks te beleven. Doodsaai. Je kan er ook niet op staan. Je zou er behoorlijk diep in wegzakken.
Nog even voor de duidelijkheid: de ruimte bestaat nu uit: bollen, ballen, klonten, klontjes in allerlei grootte en ook nog heel wat pumpies. En nog steeds donker.
Met een lamp kun je schijnen op grote bollen.
De lichtende puntjes zijn gloeiende superbollen. Superbollen
Je denkt misschien, dat het klonteren een keer ophoudt. Mis. Het gaat altijd door. Er zijn genoeg pumpies in de ruimte aanwezig. Blijft het saai? Nee! Als de bollen zo groot worden als onze zon en dus superbollen zijn, dan gebeurt er iets bijzonders op die enorme bollen. Waren ze voorheen doodsaai, nu verandert er iets. Ze worden namelijk warm. En niet een beetje ook. Zeg maar rustig: "Loeiheet". Ze gaan gloeien. Als je 's nachts naar een onbewolkte hemel kijkt, zie je allemaal lichtgevende puntjes. Zo ziet het er nu uit als je de gloeiende bollen van heel ver bekijkt. Toch zijn het andere lichtgevende puntjes dan jij op dat moment ziet.
De ruimte bestaat nu uit gloeiende superbollen, bollen, klonten, klontjes in allerlei grootte en ook nog heel wat pumpies. Het is dus niet donker meer.
Te zwaar
Waarom gaat zo'n superbol gloeien? Dat heeft te maken met het enorme aantal pumpies die heel dicht op elkaar gepakt zitten. Je zou kunnen zeggen: "De superbol is gewoon te zwaar". De pumpies worden zo hard op elkaar gedrukt, dat ze het niet meer pikken en proberen zich los te wurmen. De pumpies hebben weliswaar een beetje aantrekkingskracht, maar gek genoeg als ze te dicht op elkaar worden gedrukt, ook afstotingskracht. Vergelijk het maar met een metalen veer die wordt ingedrukt. Zodra je hem loslaat, springt ie weer in zijn oorspronkelijke vorm. Dat proberen de pumpies ook, maar het lukt ze niet. Daardoor wrijven ze tegen elkaar. En je weet, dat wrijving warmte geeft, ook op een superbol.
Bovendien gaat het klonteren intussen ook nog steeds door. Daardoor groeien/klonteren alle klontjes, klonten, ballen, bollen en superbollen.
Een gloeiende superbol van ietsje dichterbij.
Twee pumpies worden geklikt tot n klumpie. Klik/zucht
Als een superbol groot genoeg is, gebeurt er iets verrassends. Als je ter plekke was en heel goed zou luisteren, zou je kleine klikjes horen. Huh? Als namelijk twee pumpies precies op de juiste manier tegen elkaar worden gedrukt en bovendien de kracht groot genoeg is, hoor je: "Klik". Daarna zitten de twee pumpies muurvast aan elkaar. Het is een klumpie die kleiner is dan twee pumpies samen. Bovendien niet meer los te krijgen. Heel anders dus dan vr de klik. Toen zaten ze wel dicht tegen elkaar aan, maar als je de twee zou pakken en meenemen ver buiten de superbol, zouden het weer twee losse pumpies zijn. Neem je een klumpie mee, dan blijft het een klumpie. Tijdens de klik gebeurt echter nog iets. Als je verschrikkelijk goed zou luisteren, zou je na de klik een lichte zucht horen. Alsof ze samensmelten fijn vinden. Het zuchtje is een beetje warmte, dat vrijkomt.
En intussen gaat het klonteren in de ruimte maar steeds door.
Steeds heter, steeds zwaarder
Na verloop van tijd wordt het geklik en gezucht op de superbol steeds harder. En dat niet alleen. Vooral door het zuchten, het vrijkomen van warmte dus, loopt de temperatuur op de superbol op tot onvoorstelbare hoogte. De superbol geeft nu licht en warmte af en is van heel ver in de ruimte te zien. Maar er gebeurt meer. Bij elke klik/zucht wordt de superbol een ietsepietsie kleiner. Aan de andere kant groeit ie aan door het voortdurende klonteren. Daardoor blijft ie zo'n beetje constant van grootte. Maar wel zwaarder, omdat ie steeds meer pumpies gaat bevatten.
En het klonteren, het gaat maar door.
Gedeelte van een onvoorstelbaar hete superbol.
pumpie+pumpie=2-klumpie.  pumpie+2-klumpie=3-klumpie. Klak/zucht
Als die superbol maar steeds zwaarder wordt, kun je tussen de klik/zuchten zo nu en dan een klak/zucht horen. Die klak is een beetje harder dan de klik en valt daardoor wel op. Wat is er aan de hand? De tot dusver geklikte pumpies, laat ik ze 2-klumpies noemen, zijn nu in heel grote aantallen aanwezig. Maar ook nog heel veel gewone pumpies. Soms wordt een 2-klumpie heel hard op een enkele pumpie gedrukt, zo hard en zo precies tegen elkaar, dat ze aan elkaar worden geklakt. Ook nu weer muurvast. En zo ontstaat een 3-klumpie. De druk om een 3-klumpie te vormen moet tussen haakjes wel hoger zijn dan voor het vormen van een 2-klumpie. Ook nu een zucht van ontsnappende warmte. Het kacheltje van de superbol wordt dus weer hoger opgestookt.
Behalve het almaar doorgaande klonteren, vindt in de superbollen geklik, geklak en gezucht plaats.
Klik, klak, klok, kluk, kloek, enz.
Als je een beetje hebt meegedacht zul je begrijpen, dat het in die klonterende superbollen niet bij 3-klumpies blijft. De druk wordt steeds groter waardoor twee 2-klumpies worden samengeperst tot 4-klumpies, een 2-klumpie en een 3-klumpie tot een 5-klumpie, enzovoort. De vraag is natuurlijk hoe lang dit door kan gaan. Antwoord: het hangt van de grootte van de superbol af. Hoe groter de bol, hoe groter de klumpies worden. Maar begrijp wel dat die klumpies relatief klein zijn. Een 50-klumpie bij voorbeeld is veel kleiner dan 50 losse pumpies bij elkaar.
Dus de superbol krimpt. Door het klontereffect echter wordt de superbol groter. Per saldo blijft ie ongeveer even groot, maar wel steeds zwaarder en zwaarder.
Behalve klonteren is er nu een kakofonie van geklik, geklak, geklok, etc en bijbehorend gezucht.
Kakofonie van geklik, geklak, geklok, etc en bijbehorend gezucht.
Gigasuperbol die op het punt staat te exploderen. Gigasuperbollen
Omdat het klonteren maar doorgaat, zal het gebeuren dat ergens een gigagrote superbol zich vormt, groter dan alle andere. Laat ik hier eens de aandacht op richten. De klumpies worden steeds groter tot wel 200-klumpies. De gigasuperbol blijft steeds ongeveer even groot, maar wel steeds zwaarder. Daardoor wordt de toestand binnen in de gigasuperbol onhoudbaar. De druk wordt veel te groot voor alle pumpies en klumpies die hier totaal dreigen te worden verpletterd onder de grote druk van alles dat op hun drukt. Daardoor staat er iets onvoorstelbaars te gebeuren, dat een einde zal maken aan de gigasuperbol. En het gebeurt plotseling in n ontzagwekkende ongekende fantastische

knal !!!!!

In elkaar en uit elkaar
De knal waarmee de gigasuperbol ontploft, heeft twee gevolgen. Bij de meeste knallen vliegt de zooi uit elkaar, maar bij een gigasuperbol-ontploffing knalt er ook iets in elkaar en wel de binnenste helft. Dat komt door de onvoorstelbaar hoge druk. Het binnenste stort in n klap totaal in en wordt daarbij heel klein. Niet meer dan een miljoenste deel van wat het eerst was. Maar nog steeds even zwaar! De buitenste helft schrikt zich zo een rotje, dat het in n klap alle kanten uitvliegt. De lichtflits hierbij is zo gigantisch, dat hij overal zichtbaar is. Wat belangrijk is, dat er nu allerlei klumpies door de ruimte vliegen. Dat is nieuw, want ervr waren er alleen de simpele pumpies. Wat er met die klumpies gaat gebeuren? Verderop kun je het lezen en je zult bijna niet kunnen geloven wat je leest....
Wegschietende klumpies en pumpies na de superknal.
Pijltjes wijzen naar de onzichtbare drazwabol. Superzwaar draaiend bolletje
Door de knal is er een kleine bol overgebleven die onvoorstelbaar zwaar is. Een stukje ter grootte van een dobbelsteentje ervan weegt evenveel als een heel Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij elkaar. Dit grote gewicht heeft merkwaardige gevolgen. Het bolletje geeft weliswaar licht, maar het licht kan niet weg! Het wordt tegengehouden door de enorme aantrekkingskracht op het bolletje. We kunnen dus het bolletje niet zien! Er is nog een raar gevolg. Het bolletje is als een gek aan het tollen. Bovendien is het bolletje enorm magnetisch, de sterkste magneet de je kunt voorstellen. En als magneten aan het tollen zijn, dan weet je het wel. Of niet natuurlijk... Merkwaardig is het wel, zo'n donker superzwaar onzichtbaar draaibolletje, noem het maar een drazwabol.
Waarom tolt een drazwabol?
Bij het in elkaar storten van de gigasuperbol zijn de pumpies en klumpies waar ie uit bestond niet zomaar willekeurig in elkaar geplempt. Door het persen zijn ze allemaal veel kleiner geworden en weer dichter tegen elkaar gestampt. Daardoor zijn ze weer veranderd. Het zijn nu twumpies geworden die er allemaal hetzelfde uitzien en veel kleiner zijn dan pumpies. Maar wel even zwaar! En ze liggen allemaal kop aan kont. Alle twumpies liggen nu keurig gerangschikt in de drazwabol: allemaal  met de neus dezelfde kant uit. En juist omdat ze allemaal zo perfect gerangschikt zijn, is de hele kermis gaan draaien bij het instorten. Je kunt je dat een beetje voorstellen als je weet wat er gebeurt als een bad water leegstroomt. Bij het putje zie je een draaiing. Zoiets gebeurt ook bij de drazwabol. Beweging veroorzaakt draaiing.
Ligging van de twumpies in een drazwabol.
Ruimte vol superbollen, waarvan een gedeelte is ingestort. Andere instortingen
Zijn gigasuperbollen de enige die instorten? Nee. Uiteindelijk storten alle superbollen in, tenminste als ze vooraf groot genoeg zijn. Alleen is het instorten minder spectaculair dan bij de gigasuperbollen. Ook duurt het langer voor het zover is. Dat is begrijpelijk, want het is vooral de druk die bepaalt wanneer het zover is. En op kleinere superbollen duurt het langer voordat de klumpies zwaar genoeg zijn. Bovendien zijn kleinere ingestorte superbollen nog te zien, de n wat duidelijker dan de andere. Hangt er allemaal vanaf hoe groot de superbollen eerst waren. Hoe groter, hoe minder zichtbaar. De kleuren zijn rood. Van heel rood tot zo lichtrood, dat het wit lijkt.
Bij alle instortingen was er een zware knal en werden er allemaal klumpies en pumpies de ruimte ingeknald.
Tussenstand
Hoe ziet de ruimte er nu intussen uit? laten we maar eens opnoemen wat er zoal rondzweeft:
Pumpies. Nog steeds onnoemelijk veel.
Klontjes.  Nog steeds onnoemelijk veel.
Klonten.  Nog steeds onnoemelijk veel.
Bollen.  Nog steeds onnoemelijk veel.
Superbollen.  Nog steeds onnoemelijk veel. Geven licht.
Gigasuperbollen. Heel veel. Geven licht.
Drazwabollen. Aardig wat en het worden er steeds meer.
Ingestorte bollen. Heel veel en steeds meer. Geven licht.
Klumpies. Grootte van 2-klumpies tot 250-klumpies.
Blik op de verzameling van superbollen in de ruimte.
Alweer zo'n lekkere pannenkoek. Aantrekkingskracht drazwabol
Omdat de drazwabollen zo zwaar zijn, hebben ze giga-veel aantrekkingskracht. Dus enorme slokops. En wat er n keer inzit, komt er niet meer uit. Maar er gebeurt meer. Niet alles wordt opgeslokt. Alle superbollen die in de buurt zijn, gaan draaien in banen om de drazwabol, sommige tamelijk dichtbij, sommige heel ver weg. Het is gewoon, dat er om elke drazwabol honderd miljard superbollen draaien. Daar tussendoor bevinden zich bollen, ballen, klonten, klontjes, klumpies, pumpies. Als je van ver kijkt naar deze verzameling, lijkt het op een pannenkoek die in het midden wat dikker is. Eet smakelijk!
En zo zit de ruimte vol met van die pannenkoeken. Hoeveel? Ongeveer honderd miljard! Gek h? Zelfde getal als daarnet.
Dat is de situatie op dit moment in onze ruimte. Wij zitten dus in n van die pannenkoeken. Op een bol die draait om een superbol.
Jij bestaat uit klumpies
Ja, dat had je waarschijnlijk niet gedacht, of juist wel natuurlijk: je hele lijf is samengesteld uit klumpies. Is dat geen bijzonder idee? Dat je ooit in zo'n superknal aanwezig was. Wat zeg ik, n superknal? Je lichaam bestaat uit verschrikkelijk veel cellen. Die komen echt niet uit n superknal. Hoogst waarschijnlijk een samengeraapt stel klumpies die van overal afkomstig zijn. Het meeste in je lijf komen 2-klumpies voor. Dan volgen 16-klumpies en vervolgens 12-klumpies. Maar je zit ook nog aardig vol met vele andere tot zelfs 200-klumpies. Allemaal ontstaan uit geklik, geklak, geklok, etc en dan na een heftige knal de ruimte ingeslingerd, later weer geklonterd, onderdeel van de aardbol geworden en gevormd tot je lichaam. Dit geldt voor alle mensen, dieren, planten op onze aardbol.
Alle materie in de ruimte bestaat heden 36% uit klumpies.
De mens bestaat uit klumpies.
Klumpies, klumpies en nog eens klumpies. Pannenkoek nader bekeken
In het midden van een pannenkoek is er een drazwabol. Er omheen honderd miljard superbollen. In het begin bestonden superbollen uit pumpies en uit door de superbol zelf gevormde klumpies. Maar steeds meer verbreiden klumpies zich door de ruimte, omdat ze bij al die knallen worden weggeslingerd. Vervolgens worden ze opgeslokt vooral door de superbollen. Maar ook door de bollen, ballen, klonten en klontjes. Langzamerhand komen er steeds minder pumpies, omdat ze omgezet worden in klumpies. (Wat er in de drazwabollen gebeurt, dat komt later.) Die omzetting gaat voortdurend door en uiteindelijk zullen alle onderdelen van de pannenkoek vrijwel alleen bestaan uit klumpies.
De pannenkoeken 'verdampen'
Door de enorme zwaarte van de drazwabol wordt ie steeds nog zwaarder, omdat ie van alles opslokt wat nabij komt. Hoewel de superbollen in de pannenkoek vrolijk om de drazwabol lijken te draaien, is dat niet zo. Heel langzaam komen hun banen dichter bij de drazwabol en als ze te dichtbij komen, worden ze ongenadig opgehapt. En je ziet er niks van terug. Zo lijkt het of de pannenkoek heel langzaam verdwijnt in het niet. En dat is niet zo! Uiteindelijk blijft er schijnbaar niets over, maar wij weten beter. In de ruimte verschijnen enorm grote lege plekken. Omdat het verloop bij alle pannenkoeken hetzelfde is, wordt het steeds donkerder in de ruimte, net zo donker als het was in het begin.
Alles 'verdwijnt' in het centrum...
Versmeltende drazwabollen... De drazwabollen versmelten
Als de hele ruimte gevuld is met louter drazwabollen, is het pikkedonker. Schijnbaar is er niets en gebeurt er niets. Die schijn bedriegt! De honderd miljard drazwabollen die elk gigantisch zwaar zijn, trekken elkaar aan ondanks de gigantische afstanden die ze zich van elkaar bevinden. Heel langzaam bewegen ze zich naar elkaar toe en als twee dicht genoeg genaderd zijn, gaan ze volledig in elkaar op, een perfecte samensmelting. De snelheid waarmee ze elkaar naderen, wordt steeds groter, zodat ook de samensmeltingen steeds talrijker worden. En dat alles onttrekt zich aan aan alle aandacht, want het gebeurt in pikkedonker en in stilte. Je snapt het al: uiteindelijk blijft er n enorme gigantische bol over. Hoewel...
En super-giga-drazwabol?
Dat had je gedacht! Zo zit de wereld niet in elkaar! Nadat een hele horde drazwabollen met elkaar versmolten is, gebeurt er iets zeer mysterieus... Omdat alles donker is, kan men dat niet waarnemen, maar de binnenstructuur van de versmolten drazwabollen verandert opnieuw. De twumpies lijken in elkaar te schuiven en afzonderlijk zijn ze niet meer te onderscheiden. Het gevolg hiervan is, dat de aantrekkingskracht verdwijnt. Toch blijven de drazwabollen met elkaar versmelten, omdat ze nog steeds met gigantische snelheden op elkaar af vliegen. Dit gaat door tot ze allemaal met elkaar zijn versmolten. Alle materie in de ruimte is bijeengekomen in n compacte wolk.
Compacte wolk materie...
Overal pumpies, maar je ziet ze niet... De grote stilte
De grote wolk compacte materie heeft even tijd nodig om bij te komen van alle gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Er is geen aantrekkingskracht en daarom gaat de wolk ontbinden. Eerst langzaam, maar dan sneller en sneller. De wolk dijt uit. De pumpies ontwaken uit hun grote slaap en worden weer aparte pumpies die door de ruimte zweven.
Het hele verhaal kan weer opnieuw beginnen...